woensdag 25 mei 2016

Wat heeft een kind nodig?

Wat heeft een kind nodig? Ouders, minimaal één in ieder geval. Bij voorkeur een gezin waar genoeg van nature op te pikken valt. Op het gebied van taal en over hoe je goed met elkaar omgaat. Als er speelgoed en boeken in huis zijn, is er nog meer kans dat het met de start van een kind goed komt. En helemaal als de ouders ervoor kunnen zorgen dat het kind vanzelf wat kennis van de wereld opdoet. Wist je dat de ouderlijke setting voor 40% bepalend is voor de kansen van een kind? Ik verzin het niet, daar is onderzoek over.

Veel mensen in mijn omgeving staan er niet bij stil dat zo'n start niet vanzelfsprekend is voor veel kinderen. Ze plakken dan hun witte, hoogopgeleide eigen plaatje van hun jeugd over dat van het kind heen. Begrijpelijk ook wel. Ik deed dat ongemerkt ook. Tot ik eens op huisbezoek ging. Om me te realiseren dat daar echt geen speelgoed was. Helemaal niks, want spelen was gevaarlijk. En soms ook een woonkamer met alleen een matras. In Nederland. Overdrijf ik? Nee, helaas niet.

Wat hebben een peuter en kleuter verder nog nodig? Een goede (voor)school, die uitdaagt om te ontwikkelen. Eentje die nauw samenwerkt met mensen die weten hoe je een peuter van 3 kunt helpen om spelenderwijs meer woorden te leren. Omdat ze dat thuis niet kunnen. En omdat deze mensen weten dat een kind voor het 7e levensjaar zijn moedertaal leert. Daarna moet het als een tweede taal worden aangeleerd, wat nooit zo 'vanzelf' gaat als je moedertaal. Deze mensen kunnen kleuters ook  kennis laten maken met speelgoed en met samen leren spelen. Als peuters en kleuters in deze fase begeleid worden door de juiste mensen, stijgen hun kansen alweer. Want een goede (voor)school draagt 40% bij aan de ontwikkeling van kinderen.

Maakt het ook nog uit hoeveel tijd die deskundige begeleiders van peuters, kleuters en schoolkinderen krijgen om dit te doen? Ja, dat maakt ongelooflijk veel uit. Onderzoekers weten gewoon dat het voor deze peuter niet helpt als hij 4 uur per week naar de peuterspeelzaal gaat. Wel om 4 uur per week een blije tijd te hebben. Ook belangrijk. Maar niet voor zijn structurele ontwikkeling. Voor zijn ontwikkeling heeft deze peuter eigenlijk ook niet de 16 uur per week nodig, die er nu in Arnhem voor hem is en straks via het 'ontwikkelrecht' voor alle kinderen komt. Die 16 uur die iedere peuter krijgt op voorschoolse opvang is politiek gezien een prachtig resultaat en een echte verbetering. Maar helaas niet genoeg, dat moeten namelijk 32 uur zijn om de peuter met een achterstand een kans te geven die in te kunnen lopen. We mogen aannemen dat het voor kleuters niet echt anders is.


Wie meegeteld heeft, weet dat we met bovenstaande optelsom wat betreft de invloed op kinderen (40% ouders, 40% voor-school) nog niet op 100% zitten. Dat klopt. Een kind heeft namelijk ook nog voor meer dan 20% een overige omgeving, die meetelt in zijn kansberekening. Laat dit nu voor de peuter en kleuter uit mijn voorbeeld niet altijd een positieve invloed betekenen. In die overige omgeving treft hij bijvoorbeeld mensen aan die het niet gelukt is een goede toekomst op te bouwen. Of hij woont in een wijk waar het niet altijd veilig is.

Vanwege deze optelsom, is het voor sommige kinderen essentieel dat er naast de thuissituatie (impact max 40%) massa gemaakt wordt in positieve ontwikkeluren. Daarmee bedoel ik, veel tijd dat het kind in een positieve, stimulerende en veilige omgeving is. Een beetje bot gezegd, zodat het opweegt tegen de slechte start of een thuissituatie waarin niet gewerkt wordt aan ontwikkeling, maar deze soms onbedoeld wordt afgebroken.

Een kleuter heeft behoefte aan, naast de  gemiddeld 20 uren per week naar school, extra tijd in die positieve omgeving. Minstens 12 uren naschoolse tijd, liefst geconcentreerd en begeleid door een groep vaste en deskundige mensen die samen werken en er voor dit kind ook nog een fijne tijd van maken. Samen met school maakt dat 32 uur gestapelde ontwikkeling. Niet alleen voor iets schools als taal of rekenen, hoor. Maar voor kennis van de wereld en het verrijken van de persoonlijke ontwikkeling. Omdat ze thuis niet op vakantie gaan, of de wijk uit kunnen komen en geen inspirerende rolmodellen tegen komen. Dit is ook het beeld voor het kind in de bovenbouw terecht komt. Het heeft dan behoefte aan een school met een daarop aansluitende verlengde schooldag, aangevuld met naschoolse schakelklassen en een weekendschool. Dat veroorzaakt massa in uren en continuïteit in de begeleiding van kinderen. Die daarmee een kans hebben op een goede toekomst. Het verschil tussen veel minder dan 40 of 60% kans, of meer.

Het nare is, dat als je het aanbod voor deze kinderen fragmentarisch aanpakt of met minder gestapelde uren dus massa, je welzijn krijgt in plaats van ontwikkeling. Bijvoorbeeld door het aanbieden van creatieve cursussen vergroot je het welzijn van het kind gedurende een aantal uren per week. Maar je verbetert niet structureel zijn ontwikkeling, daarvoor is er ook een andere doelmatige aanpak (die best in combinatie met creativiteit kan) nodig. Het gaat dus niet alleen om structureel meer tijd, maar ook nog om in die tijd de goede dingen in samenhang doen.

Hoe zorgen we dat de optelsom voor deze kinderen tussen de 60 en 80% komt te liggen? Dat heet Onderwijs Achterstanden Beleid (OAB). Er zijn mensen die goed zijn in het uitrekenen wat dit beleid allemaal kost. Een gedegen OAB-beleid is er in Arnhem al jaren en het heeft ook effect. Het kost natuurlijk ook geld (dat overigens grotendeels van de landelijke overheid komt) en stedelijke coördinatie van kennis en aanpak. Je moet het daarom op de stedelijke agenda willen hebben en houden. En is een kind, zijn 3000 kinderen in Arnhem dit waard? Tel daar hun ouders bij op en de mensen die op dit terrein in de stad werken. En de mensen waarmee deze kinderen later mee in aanraking komen. Wat zijn die mensen waard? Hoeveel geld en inspanning mag dat kosten?

Er is een stedelijk netwerk is dat al 30 jaar bestaat, waarop we qua kennis en expertise kunnen bouwen. Door budgetten te koppelen en het steeds meer als integraal programma aan te vliegen, kunnen we heel veel bereiken. Zonder dat het teveel kost, of meer dan in andere steden met vergelijkbare problematiek. Het Arnhemse programma wordt landelijk geroemd, half Nederland komt kijken naar hoe het met jonge kinderen en onderwijsachterstanden gaat. De stevige stedelijke samenwerking, maakt dat scholen de verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van deze peuters en kleuters kunnen nemen.

Misschien overtuigt het bovenstaande de lezer niet dat we door moeten gaan op de ingeslagen weg. Want er zijn veranderingen op komst in de stedelijke samenwerking tussen gemeente, schoolbesturen en andere organisaties. Er moet bezuinigd en het programma moet misschien per wijk wel anders. Wijkteams gaan de taak van de huidige professionals in onderwijs en kinderopvang, namelijk het signaleren van achterstanden en het inzetten van een programma, overnemen. Waarschijnlijk wordt voorschoolse educatie en het aanbod straks via een aanbesteding ingekocht. Wat schiet een kind hier mee op? Hoe zorgen we dat zijn optelsom van 32 uur ontwikkeltijd blijft kloppen? Ik krijg er dezelfde buikpijn van als toen het ging over de marktwerking in de zorg. Arme peuter en kleuter, die niks gevraagd wordt.

Afgelopen zondag,  22 mei, zat ik in de zaal bij de diplomering van de weekendschool (www.leukomteleren.nl). De weekendschool valt onder het OAB beleid voor schoolgaande kinderen in groep 7,8 en de eerste klas van het VO. Ruim 40 kinderen uit een onderwijsachterstandswijk kregen een diploma omdat ze al 1, 2, of 3 jaar op zondag een verrijkingsprogramma volgen. Doenja, die inmiddels in het voortgezet onderwijs zit, werd door de presentatrice van de diplomering naar voren geroepen. In een zaal met meer dan 100 ouders, sponsoren, vrijwilligers stond ze letterlijk in de spotlights. Doenja wist van te voren niet dat haar op deze manier gevraagd zou worden wat de weekendschool voor haar had betekend. Even bekroop mij de kriebel dat deze spontane vraag, in deze publieke setting, wel heel veel druk op het meisje moest veroorzaken. Maar nee, Doenja gaf zonder aarzelen antwoord. Vanuit haar hart. Ze zei: 'Ik heb ervaringen opgedaan en dingen meegemaakt die ik anders nooit had kunnen beleven'. 'Tegen alle kinderen zeg ik: maak je drie jaren weekendschool af, je krijgt er geen spijt van want je leven wordt er echt heel anders van'. Als ze geweten had dat er binnenkort in de gemeenteraad besloten zou kunnen worden dat de weekendschool of de verlengde schooldag misschien ook maar moesten veranderen, had ze vast tegen de aanwezige burgemeester van Arnhem gezegd: doe het niet, zorg dat dit blijft!

Doenja sprak vanuit haar hart en ik doe dat via deze weg ook. Het is lastig om achterstanden stedelijk aan te sturen in combinatie met alle andere veranderingen. Het is meer dan moeilijk om daar in tijden van krapte de middelen en de tijd en het geld voor te vinden. Toch moeten we samen verder, juist vanwege de complexiteit. En er moet dus op worden gestuurd en bestuurd en niet mee worden gesjoemeld. In het belang van wat een kind nodig heeft. Daarom deze keer deze blog. Met vanuit het hart: dit verdient de hoogste plek op de stedelijke agenda. Niet doorschuiven naar de wijkteams, of aanbesteden. Verder op deze weg met alle betrokkenen en met alle opgebouwde kennis. In een gecoördineerde en gezamenlijke aanpak. Van peuter tot jongere in het VO. Minder heeft geen zin.

donderdag 18 februari 2016

#back to school: Een missie van 3000 woorden


Daar zat ik dan, met dit spel voor mijn neus. Aan een tafel met nog vier moeders. En in het lokaal zaten er verder zeker nog 12, van allerlei nationaliteiten. Maar wel allemaal met hetzelfde doel. Het steunen van hun kind in zijn of haar ontwikkeling. In het bijzonder de ontwikkeling van taal. Want woorden kennen en kunnen gebruiken is essentieel in onze samenleving. Na een korte en enthousiaste uitleg gingen alle groepen aan de slag, ook die waar ik in zat. Er moest in dit spel met een dobbelsteen gegooid worden en woorden worden weggestreept. Ik bakte er natuurlijk niks van, want ik vond het gesprek aan tafel veel te interessant om geconcentreerd met het spel bezig te zijn.

Er was niet veel voor nodig om van de moeders los te krijgen waarom ze in deze groep zaten. In mijn hoofd zitten dan allerlei aangeleerde rationalisaties over het belang van betrokkenheid van ouders. Maar de antwoorden van de moeders kwamen uit hun hart. Veel mooier! 'Mijn zoon is zo trots op mij. Dat ik ook naar school ga en Nederlandse woorden leer. Net als hij'. En een andere moeder vertelde hoe moeilijk ze het vond om de Nederlandse woorden te leren. En dat ze het nog steeds niet goed kon. Maar moeder gebruikte ondertussen wel het woord 'woordenschat'. Kom daar maar eens om in een willekeurige supermarkt.

Een woordenschat van 3000 woorden om precies te zijn, want dan kent een kind in ieder geval genoeg worden om zich op school verder te kunnen ontwikkelen. Dat heet Basiswoordenschat. Een mooi Nederlands woord, waaruit blijkt dat er goed over na is gedacht. Want deze moeders kregen allemaal, net als ik het spel mee naar huis. Om het thuis te kunnen spelen met hun kinderen. Die dat dus ook leuk vinden en daar heel blij mee zijn. Daar kan toch geen definitie van ouderbetrokkenheid tegen op?

Later die ochtend, nadat ik veel groepen kinderen aan het werk had gezien, begreep ik nog beter waarom het lokaal met die ouders zo vol zat. En waarom die kinderen zo blij zijn met de materialen die mee naar huis komen. In alle groepen zag ik kinderen met het puntje van de tong tussen de lippen aan het werk. Of het nou de kinderen in de kleutergroep waren die roodkapje aan het tekenen waren en mij graag uit wilden leggen waarom de wolf in hun werkje zo groot was. Of de kinderen in de bovenbouw, die zelfstandig met hun weektaak aan de gang waren. De kinderen in de kring, die mochten vertellen welke gereedschappen er in de meegebrachte gereedschapskist zaten. En ook de kinderen die net instructie van hun juf kregen over de hectometer. Allemaal bewust en enthousiast bezig met leren.

De klapper van dit bezoek zat voor mij in het slot. Een afrondend gesprek met de leiding van de Annie MG Schmidtschool en OLV Lourdesschool waar ik dit meemaakte. 'Ja, Manon. We zijn eerst nogal druk met sommige ouders mee te nemen in het idee dat kinderen mogen spelen, vies worden en dat er niet direct ongelukken gebeuren als je dat toestaat. Dat ze geen helm ophoeven op het plein. In best veel gezinnen is geen enkel speelgoed in huis. Zo'n meegenomen spel dat jij vanochtend hebt gezien, is hier dus echt nodig'. BENG! dan komt toch even heel hard bij me binnen welke opdracht scholen als deze hebben. En hoe knap het is dat alle kinderen en ouders die ik gezien heb bezig zijn van en met elkaar te leren. Mooi, om weer even door deze beide teams en directie op aarde te zijn gezet. Onder de indruk van de vrolijke en positieve sfeer in de gangen en in de groepen. Het kan niet anders, of daar wordt dagelijks intensief door de teams aan gewerkt. Op naar het volgende schoolbezoek!

zondag 6 december 2015

De Witte Vlinder

Het kan wettelijk eigenlijk nog niet, maar we gaan het wel doen. In het belang van ieder kind in de wijk Geitenkamp in Arnhem verleggen we de grenzen. We gaan twee schoolteams vragen of ze dat met ons aandurven. Of ze net als wij denken dat het beter is voor ieder kind in deze wijk.



Tussen de sinterklaasperikelen door praten Sylvia Veltmaat van Fluvius en ik met twee MR-en, van de Vlindertuin en De Witte School. En de voltallige teams van leerkrachten en ondersteuners en hun directeur. We hebben een intentieverklaring bij ons, waar in staat dat het de bedoeling is dat met ingang van het nieuwe schooljaar De Vlindertuin gaat verhuizen naar het gebouw van De Witte School. Twee scholen, die één willen worden. Maar dan wel stapsgewijs en in samenwerking met andere partners in de wijk. Daar voorziet de wet niet in. De betrokken kinderen hebben er echt geen boodschap aan, aan wat er allemaal nog komt en geregeld moet worden. Die willen gewoon weten hoe de nieuwe school heet en begrijpen ook niet dat het formeel niet direct één nieuwe school is. Laat staan een Integraal Kindcentrum. Veel te moeilijk. Zo wordt de werktitel voorlopig De Witte Vlinder.





We praten met elkaar over waarom we dit willen doen. Het lijkt heel simpel, maar er komt echt ongelofelijk veel kijken bij het laten fuseren van een openbare en een interconfessionele school. Je moet het dus heel graag willen, anders begin je er echt niet aan. We proeven dat de meeste mensen wel oren hebben naar ons plan, maar dat het ook best wel spannend is. Het is een pittige vraag voor een MR, om je rol goed in te nemen. Wij zelf kunnen als bestuurders ook niet terugvallen op veel voorbeelden van andere scholen. In elk geval niet in Arnhem. Gelukkig kunnen we het plan de komende maanden verder uitwerken voordat we definitief beslissen. Als we de samenwerking tussen deze twee scholen goed op de rails hebben gezet, dan gaan we onze kinderopvangpartner bij het proces betrekken. Ook hun inbreng is van belang in een kindcentrum.


Waarom al die moeite? Omdat we de kinderen in de Geitenkamp samen meer kunnen bieden. In een school van 200 leerlingen, hoef je niet voortdurend in een combiklas te zitten. Zo is er voor deze kinderen meer structuur en veiligheid. Die zijn een randvoorwaarde om tot ontwikkeling te kunnen komen, zeker als je als vierjarige soms met een stevige achterstand in je woordenschat of sociaal-emotionele ontwikkeling naar school gaat. En ook als die achterstand er niet is, heb je als kind recht op een plek waar jij je talent in alle opzichten kunt ontwikkelen. Daarom willen we heel graag, vanaf dat kinderen toe zijn aan het spelen met andere kinderen, kunnen volgen hoe het met de ontwikkeling van alle kinderen gaat. Want leren vindt ook net zo goed plaats als je speelt.


Onze droom is dat het spelen en leren verbonden raakt, doordat een team van leidsters en leerkrachten met elkaar samen werkt aan ontwikkeling. En dus ook samen plannen maakt over hoe je dat kunt bereiken. In een omgeving waar ook andere mensen die kunnen helpen bij het spelen, leren, begeleiden en verzorgen van kinderen werken. Een integraal kindcentrum, voor kinderen van 0-13 en hun ouders. In de Geitenkamp lijkt het erop dat de wil er is deze droom waar te gaan maken
Dus gaan we ervoor, ook al is het wettelijk ingewikkeld. Met bijvoorbeeld twee BRINs, twee keer toezicht, apart voor kinderopvang en school de inspectie op bezoek, verschillende CAO's voor de mensen in het team. En ga zo maar door.


Als ik later op de avond thuiskom, lees ik een mail waaruit ik opmaak dat juist vandaag een motie aangenomen is in de tweede kamer. Een motie die het straks wettelijk mogelijk maakt dat het IKC er komt, zonder dergelijk onnodig gedoe. Dat wil zeggen, na de fusie van de scholen, wordt samengaan met de kinderopvang veel makkelijker. Toeval bestaat niet, we hebben een echte doorbraak vandaag!


We gaan het gewoon samen doen, voor ieder kind in de Geitenkamp.

donderdag 1 oktober 2015

#back to school: Dit is de deur

Gisteren was ik even op bezoek op de POL in Arnhem. POL staat voor voor Proces Opvang Locatie. En gek genoeg hebben we het dan over mensen. Mensen die een proces doorlopen. Een proces met betrekking tot de intake in hun asielprocedure. Die procedure moet in principe binnen zes tot acht weken doorlopen zijn. In de Nederlandse wet is geregeld dat ook tijdens deze procedure kinderen binnen een aantal dagen ook onderwijs moeten krijgen. Op de POL is dus ook een onderbouwgroep en een bovenbouwgroep waar kinderen in instromen.

Toen ik binnen kwam werd ik eerst streng toegesproken door de man van de receptie van het COA. Ik had niet zomaar de school binnen mogen lopen, maar eerst langs zijn kantoor gemoeten. Natuurlijk had hij gelijk, maar ik was nog even niet gewend aan deze wereld. Ik moest mijn paspoort laten zien en ik kreeg een pasje. Hij vertelde me dat er momenteel 300 mensen in de COA/POL aanwezig zijn. En met een grote sticker BEZOEKER op mijn blouse ging ik op pad.

Het gebouw oogde sober, zoals dat in onze maatschappijvisie past, denk ik. Wandelend door de gangen kwamen beelden binnen. Banken met daarop jonge mannen, die zichtbaar verveeld de dag proberen door te komen. Zou dit wel goed gaan als we 300 Nederlandse jonge mannen zo huisvesten, vroeg ik me af? Maar goed, daar mogen andere mensen zich over buigen. We waren immers op weg naar de kinderen in deze POL. Via wat gangen kwamen we in een van de twee klaslokalen, tegelijk met een aantal jonge kinderen. Ze stonden te trappelen op de gang, volgens de leerkracht typerend voor de momenteel vooral Syrische kinderen, ze willen erg graag naar school.

Maar hoe geef je les aan kinderen die net in Nederland zijn aangekomen en geregistreerd? Die de taal niet spreken en soms ook ernstig getraumatiseerd zijn.  Gelukkig zijn er mensen die daar raad mee weten en ook hun hart en ziel in leggen. Die met mensen in Ter Apel gaan praten over wat zij daar al weten over wat werkt qua onderwijs. En zo maken deze toppers van leerkrachten op de POL in Arnhem dan samen een plan. Een plan waarin onder andere staat hoe je kinderen de eerste 203 Nederlandse woorden aanbiedt. En hoe je bewaakt dat ieder individueel kind tot ontwikkeling komt.

Educatie als sleutel en als wapen in de strijd voor zelfredzaamheid en een beter leven. Ik vind het een ochtend van hartverwarmend en hartverscheurend bij elkaar. Als juf niet weten of het kind in je groep er de volgende dag weer zal zijn. Omdat gezinnen 's avonds soms horen dat ze naar een volgende plek moeten. Of dat er de volgende dag een touringcar aankomt met 20 kinderen, die erbij komen in de groepen. Kinderen die niet voor 1 uur 's nachts kunnen slapen, omdat er zoveel mensen tegelijk in de stapelbedden liggen op de kamers. Daar kwam ik achter toen ik vroeg waarom een van die kleine ventjes zo ontzettend zat te gapen.

Het antwoord op de door mij gestelde vraag, hoe doe je dat als leerkracht? Gewoon bij het begin beginnen. Stapje voor stapje.  Een deur is een deur. En zo leren kinderen de nederlandse taal en worden (meer) zelfredzaam. Om zo om te leren gaan met wat er in de wirwar van onze  samenleving op hen afkomt. Deuren zijn dicht en soms gaan ze open. Wat heb ik een respect voor het werk van deze leerkrachten.

dinsdag 8 september 2015

uitgesteld oordeel - nu even niet

Onlangs op Twitter een gedicht van Merel Morre @StadsdichterEHV



misschien zijn we
juist nu we
van alles
van alles vinden
pas echt iets verloren



#ikvind



Zo raak dit. Moest direct denken aan een van die gevleugelde uitspraken die ieder gezin heeft. Bij ons was dit bijvoorbeeld: 'wat je vindt, moet je naar de politie brengen'. Zo'n uitspraak die een grens aangeeft. Een grens van wat nog acceptabel is. En dan wist iedereen hoe laat het was. Jouw mening is belangrijk, maar -nu even niet - wat centraal staat. Even je klep houden.



En dat brengt mij op het fenomeen uitgesteld oordeel. Toen ik nog in het hbo werkte noemden we dat -best wel arrogant- een hbo-kwaliteit. Wat we daar onder verstonden? Bijvoorbeeld wel een eerste indruk hebben, maar die niet direct verbaal over de schutting hoeven gooien. Even je eerste gedachten bij je houden, een ander ook in zijn waarde laten en de tijd en ruimte geven om zichzelf te laten zien. Niet direct zelf in de actie-modus schieten, ook. Om daarna een uitgesteld en gefundeerd oordeel te kunnen geven. En om goed te kunnen onderbouwen welke verstandige interventie je als hbo-er in zou gaan zetten om de wereld om je heen te verbeteren. Of in ieder geval in je eigen groep leerlingen of studenten.



Mooi theoretisch model denk ik nu. De werkelijkheid is een stuk weerbarstiger. Hoewel het kunnen uitstellen van oordeel een mooi aspect van mens-zijn is. Soms zichtbaar aanwezig of afwezig. Een aspect dat waarschijnlijk alleen persoonlijk uit te dragen en dus voor te leven is, maar niet over te dragen. Laat staan in een theoretische model, dat hadden we in het onderwijs dus echt anders moeten aanpakken. In ieder geval een aspect van mens-zijn dat niet echt verloren zou mogen gaan.









En zo komen het bovenstaande beeld van deze wanhopige man, huilende kinderen en kort-door-de bocht posts op facebook voor mij weer samen. Over gelukszoekers, of over het ogenschijnlijk dure horloge om zijn pols. Kunnen we niet iets door het drinkwater doen, waardoor de kunst van het uitgestelde oordeel plotseling iedere Nederlander gegeven is? Deze gedachte getuigt ook niet van hbo-kwaliteit, ik realiseer het me. Waarvoor excuses, ik ben ook maar een mens.

donderdag 27 augustus 2015

Een groen drieluik

Met deze foto daagde Edith Blog Edith mij op geheel eigen wijze uit voor #BlimageNL. Wat dat is? Tja, even googlen, net als ik gedaan heb ;-)
Voor mij een mooie aanleiding om eindelijk de stap te zetten een keer een blog te schrijven... een groentje ben ik dus eigenlijk. We zullen zien of het direct de laatste wordt, heb daarom maar deze veilige titel voor mijn blog gekozen...



Edith heb ik al een hele tijd niet 'live' gezien. Een aantal jaren geleden troffen we elkaar in een landelijk overleg. Het soort van landelijk onderwijsoverleg waarvan je weet en gelooft dat het goed is dat het er is, waar je ook solidair naar toe gaat. Meestal, of meestal niet. Maar dat laatste lag aan mij. Kwestie van prioriteiten, willen investeren en dus keuzes maken. Daar moest ik aan denken toen ik bovenstaande foto zag. Een oude kast, ongetwijfeld liefdevol gemaakt door Edith's vader. Nu opnieuw uitgevonden en in het antiekgroen gezet. Ook weer vol aandacht, opnieuw eigen gemaakt door te kiezen om aan de slag te gaan. Er niet voor weg lopen en het zeker niet bij het oude te laten.



Nog langer kijkend, zag ik een groen drieluik in de panelen. Verleden, heden en toekomst? Het vorige schooljaar, deze die voor mij net weer is begonnen. En wat er allemaal moet. Want we denken in het onderwijs vaak in schooljaren. En in wat we af moeten hebben voor de kerst. En we zeggen er dan bij, vergis je niet want kerst, dat is het zo... En dat is dan reden om nog meer te willen en sneller. En ik doe daar dan dapper aan mee. Met strategische beleidsplannen, managementrapportages en jaarverslagen. Het leidt er ook toe dat we niet in het 'nu' zitten. Wat is er NU belangrijk, in de groep en in het team?



En wat nou als we het dit jaar eens anders doen in het onderwijs? Breder kijken, iets langer verschillende perspectieven overwegen en niet zo jakkeren? En tegen echt belachelijke tijdrovende verplichtingen die kinderen en teams echt niet verder helpen gewoon 'nee, nu even niet!' te zeggen. Mooi voornemen toch? Als we het samen proberen wordt het vast een mooi nieuw schooljaar, Edith.




Als uitdaging voor @SylviaVeltmaat en @KarinvanWeegen: drie keer breder kijken.
De horizonverbreding op Papendal voor kids die naar de Arnhemse Weekendschool #LeukomteLeren gaan



De sfeer van een ontspannen zomeravond die ik graag nog even vast wil houden



en deze geur met persoonlijke noot