donderdag 15 maart 2018

#back to school: als iedere minuut telt

Op maandag 12 maart was ik op bezoek bij basisschool Het Mozaïek, in de wijk Malburgen. Ik was er te gast omdat ik op zoek ben naar praktijkvoorbeelden van goed onderwijs. Natuurlijk wil ik dan ook graag een kijkje nemen op onze excellente school. In een wijk, waar leren meestal niet vanzelf gaat. Omdat de kinderen uit heel veel verschillende landen komen, is er veel aandacht voor hun taalontwikkeling. In de aanloop naar deze dag,  kreeg ik een agenda in mijn mailbox. De agenda beschreef wat ik die ochtend allemaal te zien zou krijgen. Al lezend werden - op 5 minuten scherp -  mijn groepsbezoeken en pendelen tussen de twee locaties van de school zichtbaar. Het riep bij mij het gevoel op dat er niet alleen grondig over nagedacht was. Maar ook dat op deze school blijkbaar iedere minuut telt.



Even bedenken in je hoofd bij de kleuters
Na een hartelijke ontvangst aan de Eimersingel door locatieleider Alfred liep ik met juf Rianne mee naar haar groep. Ik was benieuwd hoe haar interactie en werkwijze met deze kleuters zou zijn. Iedere bestuurder weet dat er warme pleitbezorgers zijn van het 'gewoon' laten spelen van kinderen. Vanuit de gedachte dat het dan meestal ook wel goed komt. In deze school heerst een andere opvatting. Namelijk dat het spelen ook doelgericht moet plaatsvinden om tot ontwikkeling te komen. De persoonlijke verbinding tussen leerkracht en kind werd direct en oprecht gemaakt, terwijl ieder kind op zijn stoeltje in de kring gingen zitten. Toen alle ouders waren vertrokken, begon juf Rianne met het spelenderwijs oefenen van de dagen van de week. Ze besprak ook de nieuwe woorden die de kinderen vandaag gingen leren. Daarna was ik getuige van een semantiseringsverhaal. Wat dat is? Dat de nieuwe woorden eerst aangereikt worden in klank en beeld, ondersteund door plaatjes. En daarna geoefend worden zodat ze betekenis krijgen. In dit geval doordat de kleuters boodschappen gingen doen in de mini-supermarkt die was ingericht in het lokaal. De kinderen genoten zichtbaar. Van het aandoen van de jas van de supermarkt-meneer. Tot het zijn van de klant achter het boodschappenkarretje. Ze gingen zo op in hun spel, dat de andere kinderen steeds verder in de speelhoek van de supermarkt kwamen zitten. In de Mix en Ruil kregen alle kinderen ook een opdracht. Die begon met de vraag: bedenk even in je hoofd: wat kan je aan je kringmaatje vragen? En zo vroegen deze kleuters elkaar om een pak macaroni of ruilden die tegen een pot appelmoes. Twaalf nieuwe woorden; iedereen was trots en gaf elkaar complimenten.


Zet je luisterhouding aan in groep 4
Snel pendelend naar de Zwanebloemlaan, belandde ik om 9.15 in de groep bij juf Lieke. Juf Lieke deed die dag iets nieuws met de kinderen. Ze vertelde een verhaal over een meisje, waarbij ze de kinderen leerde een goede samenvatting te maken. Dat gebeurde aanvankelijk door hen plaatjes te laten tekenen over een stukje van het verhaal. Juf Lieke las het verhaal met veel expressie en ondersteunende gebaren voor. Maar niet nadat ze de kinderen had gevraagd: 'zet je luisterhouding aan'. Het werd al snel duidelijk dat deze kinderen in de les ervoor nieuwe woorden en begrippen hadden geleerd. Zoals 'de lens' en 'naar het vogeltje kijken', bij de fotograaf. Juf Lieke legde uit dat het maken van een samenvatting betekent dat je onthoudt wie, wat, waar en wanneer gebeurt. En waarom het belangrijk is dat je dat leert. Ondertussen liep ze rond en maakte met een Ipad live-beelden van een tekening van een van de kinderen. Die verscheen dan op het digi-bord zodat alle kinderen het konden zien. In tweede instantie maakten de kinderen niet alleen een plaatje van het verhaal. Ze gebruikten ook de nieuwe woorden om te vertellen wat ze hadden onthouden over wie, wat, waar en wanneer. Het meisje naast me was niet alleen heel serieus bezig, ze vertelde ook enthousiast over wat ze aan het doen was. Ik hoorde later, dat ze nog niet zo heel lang in Nederland is. Ze was heel enthousiast dat haar groepje 's middags een opdracht moest uitvoeren. Een selfie maken, waar je helemaal op staat, zonder dat iemand je helpt. Net zoals het meisje in het verhaal. Hoe doe je dat? De leerlingen gingen er volop met elkaar over in overleg. 


Waarom doen we deze bordsommen?
Alweer was het tijd en ging ik naar de volgende groep. Dit was groep 7 van juf Manou. Juf Manou was aan het rekenen met de kinderen. Er werden bordsommen gemaakt. Over procenten. Ze deed op het digibord voor hoe je procenten uitrekent. Bijvoorbeeld om te weten hoeveel korting je krijgt als je nieuwe laarzen koopt. Juf Manou deed ook veel met haar stem in deze toch best wel grote groep. Ging ze harder praten, zodat iedereen haar hoorde? In tegendeel, ze fluisterde soms bijna. Alle kinderen waren stil en sommigen leunden voorover om haar te verstaan. 'Waarom doen we deze bordsommen?' vroeg juf Manou aan de groep. Omdat dat beter is voor onze chunks, luidde het antwoord. En omdat juf Manon natuurlijk niet wist wat chunks zijn, legde een van de kinderen het aan mij uit. Dat als je vaak oefent, de procenten in je lange termijn geheugen komen. Zodat je ze niet meer vergeet. Het tempo in de groep was echt hoog, de snelheid van werken van de kinderen ook. Ze hadden weinig denktijd nodig. Dat komt vast door die chunks, dacht ik nog. De kinderen evalueerden met elkaar en met juf Manou hun eigen werkhouding aan het einde van de rekenles. En ook dat verliep gestructureerd en geoefend. De leerlingen bleken in staat om aan te geven waar ze in hun leerproces zaten, door te wijzen op hun plek het plaatje van de learning pit. Oftewel: 'Ik snap het bijna, als ik nog even verder oefen'.
                                                                                                                                                                                                                         
                                                                                                                                                                                             
Als iedere minuut telt
In de nabespreking gaf ik de leerkrachten terug dat ik zo onder de indruk was van de betrokkenheid van kinderen bij elkaar, bij de leerkracht en bij hun eigen leerproces. Hoeveel er geleerd werd, afgestemd op de leeftijd van de kinderen. En dat me opviel hoe hoog het tempo was. Ik bekende, dat ik me afgevraagd had of bij deze school echt iedere minuut telt. Dat klopte wel, elke beschikbare minuut is van belang voor de kansengelijkheid van deze kinderen. We hadden een mooi gesprek over hoe we daar samen nog meer in kunnen doen, voor de leerkrachten. Maar dat komt in een ander verhaal. Dank jullie wel, collega's van het Mozaïek. Het was een feestje jullie in actie te zien.


dinsdag 27 februari 2018

#bestuurlijk dilemma: van wie is deze school?


Titel: #bestuurlijk dilemma: van wie is deze school?

Woensdagavond 21 februari was ik bij De Binnenstad, een bijzondere school middenin (uiteraard) Arnhem. De school is bijzonder dankzij een enorme betrokkenheid. De betrokkenheid van ouders bij de historie, visie en sfeer van de school. De betrokkenheid van de leerkrachten bij kinderen. Op deze school is wie je bent en wat je doet niet uit elkaar te halen. Mogelijk komt het doordat een behoorlijk aantal ouders van de ze school ondernemer of kunstenaar zijn. Wie je bent en wat je wilt zijn en hoe je doet zit vallen hier samen. Ik hou er van. 

Betrokkenheid op zich is niet uniek. En zelfs deze specifieke vorm van betrokkenheid niet. Het is echter wel bijzonder dat die enorme betrokkenheid bij de Binnenstad nu juist lijkt te zorgen voor een dilemma en de vraag; Van wie is de school nou eigenlijk? Ik wil jullie graag meenemen in wat er gebeurde.

Prachtige mensen met het hart op de juiste plek


Juist in deze omgeving, waar ik zo van hou, belandde ik in een bestuurlijk dilemma. Er ontstonden namelijk wat barsten in de gouden reputatie van de school. Al een aantal jaren was zichtbaar dat het leren van kinderen beter kon. We wisten niet helemaal zeker of het lezen, schrijven en rekenen van alle kinderen goed genoeg gaat. Wat we wel wisten, was dat kinderen er graag naar school gaan. Wat we ook wisten was dat de leerkrachten prachtige mensen zijn, met het hart op de juiste plek.

We moesten dus andere wegen bewandelen. Die andere wegen leverden verbeteringen op, maar niet de inhaalslag die we nodig hadden. Dat gaf niet. Een inhaalslag kost tijd. Het gaat immers over mensen en niet over koekjes. De kinderen gingen nog steeds met plezier naar school.

Een nieuwe directeur met een nieuwe opdracht


Toen ging de directeur met pensioen. De verbindende factor in het team en de community van de school. Er moest een nieuwe directeur komen, die gelijk de opdracht kreeg om de verbeterslag op het gebied van rekenen, taal en schrijven alsnog te realiseren. Er was alleen inmiddels erg weinig tijd om dit voor elkaar te krijgen. Want ook de inspectie was nu van mening dat het leren van de kinderen beter kon en anders aangepakt moest worden.

De nieuwe directeur, een gedreven mens met veel kennis en wat minder ervaring, ging aan de slag met deze opdracht. Ze beet zich vast, maakte analyses van de ontwikkeling en vertelde het team wat er in haar ogen nodig was. Ze onderbouwde alles met kennis. Maar haar acties vielen niet goed bij de rest van het team en de ouders. Het ging ze te hard en te ver. De directeur, de teamleden, ouders. Het werkte niet, er was en ontstond geen samen. Het werd een drama, dat ook nog eens in geuren en kleuren in de pers werd uitgemeten.

Zo kan het dus ook gaan. Als wat je doet en wie je bent hetzelfde zijn. Wie ben je dan als je dingen zegt, die pijn doen en de ander niet aanstaan?

Te vuur en te zwaard bemoeien


Op diezelfde woensdagavond heeft de directeur de ouders verteld dat ze stopt, aan het einde van het schooljaar. Ze wil graag dat het gesprek in de school en op het schoolplein weer over de kinderen gaat en niet langer over haar. Ze wil dat het team de school met een nieuwe directeur verder kan opbouwen. Met plezier en in een goede sfeer.

Ook dat komt vaker voor. Maar dit is de eerste school waarbij ik hierdoor met ouders in discussie beland ben. Eigenlijk over van wie de school is. En over wat kwaliteit van onderwijs is. Meestal moet ik te vuur en te zwaard uitleggen wat we allemaal doen om het leren van de kinderen te verbeteren met het team.

Maar hier moest ik juist verantwoorden over waarom we er ons zo ingrijpend mee bemoeid hadden.  Dat we het verkeerd hadden aangepakt, want het was ten koste gegaan van de sfeer. Ze herkenden de school echt niet meer. En ze zagen dat het niet goed ging met de leerkrachten. En dat is ook waar en ongelofelijk pijnlijk. Ik kreeg er het beeld bij, van een vastgelopen schip. Met alle ontreddering die er bij hoort. Als bestuurder en als mens voel ik me verscheurd tussen de verschillende behoeftes van alle betrokkenen. De verwachtingen over wat er moet gebeuren vallen niet meer bij elkaar te brengen en veroorzaken frustratie. Er lijken alleen nog verliezers te zijn.

Het bestuurlijke dilemma dat is ontstaan zit hem voor mij in de vraag van wie de school precies is. Is de school van de ouders, zelfs als kinderen niet genoeg leren? Is die van het team, of van de directeur? Of van het bestuur?

Ik wil verantwoordelijk zijn voor kinderen die leren


Die avond kwam ik eindelijk uit het dilemma, doordat één van de ouders opnieuw de vraag stelde wat het bestuur hier toch allemaal van vond. En ik mezelf publiekelijk de vraag kon stellen: waar kan en wil ik verantwoordelijk voor zijn? Het antwoord is dat ik verantwoordelijk wil zijn voor kinderen die leren. En voor bewust gemaakte en verantwoorde keuzes om dat te bereiken. Niet meer, maar ook absoluut niet voor minder. Daar is mijn grens. En daar ga ik niet over heen.

Het is mij volstrekt duidelijk dat een school alleen kan bestaan als ouders vertrouwen hebben in de school. En ik snap dat niemand dat af kan dwingen. Dat iedere vader en moeder daar zijn eigen keuzes moet maken. Maar dat, door mijn bril gezien, we samen de kans hebben nu de weg omhoog in te zetten. Alle ingrediënten zijn aanwezig als we dat samen doen. Met respect voor ieders rol en bijdrage. Die niet identiek is, maar wel allemaal even belangrijk voor het kind en de mensen die dat moeten doen.

Vertrouwen in elkaar 


Toen ik aan het einde van de avond om me heen keek stonden er zo'n dertig ouders, letterlijk om ons heen. Ze vroegen wat ze bij konden dragen. Omdat ze vertrouwen hebben in hun kind, de school, elkaar en ons. Ik hoop vurig dat het genoeg is om een doorstart te maken. Voor de kinderen en het team. We varen weer. 

#mooiwerk #somsmoeilijkwerk

maandag 8 januari 2018

#back to school: een ik-rapport

Tijd voor een volgende #backtoschool voor mij. Het werd een schoolbezoek aan het Klinket, in de wijk Rijkerswoerd.  Ook deze keer had ik gevraagd of ik alsjeblieft te gast mocht zijn zonder een voor mij opgeleukt programma. Dat mocht, zei directeur Loes. Maar dan wel rondgeleid door kinderen van de school. Er bleek een heel overleg te hebben plaatsgevonden welke kinderen dat gingen doen. Ik werd op de begane grond rondgeleid door kinderen uit de Leerlingenraad. Zij vertelden mij welke rol deze raad heeft in de school. De bedoeling is dat de Leerlingraad actief betrokken wordt bij alle belangrijke beslissingen. Heel belangrijk vonden ze om aan mij te laten zien hoe ze meegedaan hadden aan het maken van een plan voor het schoolplein. Uit hoe ze konden vertellen over de verschillende aspecten van het plein, zoals de plek voor de buitenles en de plek om te chillen, kon ik opmaken dat het ook echt hun nieuwe plein geworden was. Ze hadden ook gezegd wat zij beter vonden voor de kleuters en hoe de bovenbouw graag de pauze wilde doorbrengen. Met ruimte om te rennen, gelukkig. En veel meer groen.




Onderweg in de school kwamen we ook op een trap waar op elke trede een tekst stond. Ook hier kwam het verhaal hoe alle leerlingen teksten hadden gemaakt en die hadden ingeleverd. En dat daarna alle teksten met hen waren bekeken en samen bepaald was welke er 'voor eeuwig' op de trap mochten verschijnen. Er was een verhaal bij alles, teksten waren intenties met betekenis geworden voor hen. En de nieuwe leesboeken van de school hadden ze ook zelf uit mogen kiezen in de bieb. Daar waren ze wel heel erg trots op. Net toen ik dacht dat ik misschien wel een uitzonderlijk betrokken groepje leerlingen te pakken had, vond er een wissel in de begeleiding plaats. Een groepje bovenbouw leerlingen nam het over. Ook hier hele zelfbewuste leerlingen. Een van de jongens kon me uitleggen waarom de nieuwe leesmethode voor hem als leerling met dyslexie veel beter was dan de vorige. Of hoe je er sowieso veel meer van leerde en dat het gelukkig veel moderner was. En ik vroeg er niet eens naar, dat vond hij zelf belangrijk om me te vertellen. Een van de anderen maakte een heel punt van mij te laten zien hoeveel toiletten er waren en waar de pantry was. Ook heel belangrijk.

Als klap op de vuurpijl eindigde mijn rondleiding bij hun eigen lokaal. Waar de meester net bezig was met de afronding van de les. Net voor de kerstvakantie, altijd een bijzondere tijd om aan de ene kant nog wat zinvolle dingen te doen en tegelijkertijd rekening te houden met de onrust die er soms door de school gaat. Een van de leerlingen wilde mijn zijn IK-rapport laten zien. Voor mij de eerste keer dat ik zo'n rapport - mét persoonlijke toelichting - te zien kreeg. Het bleek een rapport te zijn waarop hij zelf aan kon geven hoe hij naar zijn eigen ontwikkeling keek. Hij vertelde, dat hij zichzelf op het aspect 'ik werk netjes' wat minder ingekleurde vakjes had gegeven. Als reden gaf hij op dat zijn handschrift zo slordig was. Waarop zijn klasgenoot zei: dat valt best mee. 'Je schrijft alleen slordig als je het onderwerp saai vindt'. 'Dat is ook wel weer waar', zei hij. Ondertussen maakten een aantal meisjes het planbord voor morgen klaar. Ze schoven enthousiast de kaartjes met de verschillende taken en lessen in de goede volgorde voor de dag erna. Daarna pas naar huis. De leerkracht gaf aan dat de kinderen zelf bedacht hadden om dit elke dag even te doen. Ze hadden er duidelijk plezier in.

Deze school maakte vooral indruk op me door de betrokkenheid van kinderen, het zelfbewustzijn waarmee kinderen met leren en ontwikkelen bezig zijn. Toen ik in de teamkamer nog even napraatte met het team over de opgedane indrukken, werd mij duidelijk dat dit team daar zelf ook een actieve houding in voorleeft. In deze setting werd ik nog even kritisch bevraagd over de stakingen en mijn kijk op werkdruk. Er ontstond een inhoudelijk gesprek. Over ontwikkelen en over keuzes maken. Over hoe ze juist het afgelopen jaar bezig geweest waren de betrokkenheid van leerlingen bij hun eigen leren te vergroten.

Dank jullie wel, team van het Klinket. Het was inspirerend even bij jullie op bezoek te zijn. #hiergraagmeervan #trots

maandag 13 november 2017

lesgeven in de stad die nooit slaapt

We zijn terug van een intensieve en inspirerende studiereis. Met een geweldige groep leerkrachten, ondersteuners en directeuren op bezoek geweest bij zogenaamde Essential Schools in Boston en New York. Scholen die zoveel mogelijk alle kinderen die aankloppen een passend aanbod doen. Juist omdat er verschillen in kansen en mogelijkheden tussen kinderen zijn, gelijkwaardigheid (equity) nastreven. Op deze scholen doen ze dat vanuit de Essentials, zogenaamde kernwaarden. Dat levert interessante keuzes op zoals een minder breed, maar veel dieper onderwijsprogramma waarin leerlingen zichtbaar betrokken met hun eigen leren bezig zijn. Kinderen die zo in hun werk en activiteiten zitten, dat het er vanaf spat.



Onder de indruk was ik onder andere op Mission Hill public school. Ik hoorde een zesjarig meisje aan haar groep en aan haar leerkracht uitleggen wat het betekent als je 'confident' bent. En hoe dat dan voelt. Dat kwam er schijnbaar 'zomaar' uit, toen de leerkracht vroeg naar een plaat, een illustratie bij een verhaal. Die was van het boomhuis dat de jongen in het verhaal had gebouwd. Op H.W. Parker Charter Essential School kon een meisje van 15 ons uitstekend uitleggen, aan de hand van haar portfolio, wat ze ontdekt had over haar manier van leren. Dat ze leerde, na een goede instructie van haar docent, door te onderzoeken en praktisch te doen. Geen sneu verhaal over hoe ze helaas niet in staat was naar de universiteit te gaan, maar een eigen plan over wat ze wilde worden door met haar handen en hoofd te werken. Ze blies ons omver met haar zelfkennis en gevonden kracht.


Van de allerkleintjes op Castle Bridge School, waar de leerkrachten door middel van co-teaching inclusief onderwijs verzorgen. Tot de leerlingen van Boston Arts College die soms letterlijk van de straat op een podium komen te staan. En de hele ouderpopulatie die de school draagt. Een kans voor je kind om iets van zichzelf te maken in een omgeving waar je niets kado krijgt. Met leerkrachten die hun vak zo goed verstaan, dat de ontwikkeling van de kinderen uitstekend is. We hebben genoten en ontzettend veel geleerd. De kinderen gelukkig ook. En dat is in een land waar vooral het recht van de sterkste geldt, heel erg nodig.

New York is niet alleen een stad die nooit slaapt (de sirenes toeteren nog na in mijn oren) en de onbegrensde mogelijkheden. Ook een stad van extreme uitersten. Geen middenklasse, want die is totaal verdwenen. Arm, heel arm of rijk tot heel heel rijk. Niks ertussen. Mensen die hopen dat het beter wordt, of kinderen die zelf een brief schrijven aan de president om dat ook te vragen. Dappere kinderen, maar ik heb toch maar zijn naam weggehaald op de foto in deze blog.

Een stad die binnenkomt. En mij zo nu en dan ook echt afstoot. Moeite om door een chique winkelstraat te lopen, met aan de ene kant van de stoep vuilnis en aan de andere kant slapende daklozen. Op de laatste middag heb ik daarom erg genoten van Central Park. Met een gids die vol vuur vertelde hoe het zover gekomen was dat er zo’n groot park midden in de stad is. Bedoeld voor verbroedering, die ook in het Amerika van de 19e eeuw niet spontaan tot stand kwam. Romantische gedachte die smeltkroes van culturen. De huidige diversiteit is ook gewoon door hard werk en tijd tot stand gekomen en niet zomaar aan komen spoelen bij het Vrijheidsbeeld. En rond het aanwezige water (Kennedy reservoir) natuurlijk fanatiek rennende joggers in de morgen. Net als in de film. Door de jetlag de titel kwijt, vrees ik.



'Tell me your thoughts'. Op de scholen die we bezocht hebben in Amerika zijn leerkrachten meer dan goed in het stellen van echte vragen aan kinderen. En even geïnteresseerd in het antwoord van het kind. Het tempo in het luisteren en met (niet tegen) elkaar praten ligt lager en de diepgang van het leren was er veel groter. Nu we weer thuis zijn gaan we met elkaar doorpraten over hoe we in onze scholen de balans kunnen terugbrengen tussen ‘meten is weten’ en ‘less is more’. 
Mooi werk. Echt dankbaar om met zo'n grote en diverse groep een reis te kunnen maken die ons echt gaat helpen. Het was het meer dan waard. Nu de jetlag nog ;-)


donderdag 2 november 2017

#back to school: een opruimvergissing



Onlangs was ik te gast in een kleutergroep. Of eigenlijk twee. Annemarie en Jacomine leiden beiden een onderbouwgroep, maar werken ook intensief samen. Dat betekent dat de schuifwand tussen hun lokalen regelmatig open gaat. En alle kleuters spelen dan samen. Ze zijn aan het bouwen, of aan het tekenen of met elkaar aan het praten. Dat was wat ik zag, toen ik op een middag hun ruimte binnenliep. 'Oh jee, nu kom je juist op het MEEST rommelige moment', zeiden beide leerkrachten toen ik hen begroette. Maar ik vond het juist een verademing. Even met de voeten in de klei. Geen voor mij bedacht of opgeleukt programma. Gewoon twee vrouwen, die met hart en ziel met kleuters werken en daar iedere dag een gedeelde visie over in praktijk brengen.  Heerlijk om daar even wat van mee te mogen pikken. En kinderen die met zichtbaar vertrouwen en plezier bezig zijn.

Er kwam ondertussen een jongetje bij ons staan, dat zijn tekening liet zien. Annemarie zei hem: 'je hebt hard gewerkt. Ik vind dat je ook nog de mond van de spin kunt inkleuren. Kijk maar, hier is het nog wit'. Het jongetje ging weer zitten en was direct weer aan het kleuren. Hij kreeg hulp van wat andere kinderen. Rondkijkend, zag ik dat de kleuters diverse interpretaties van de spin hadden gemaakt. Vanwege de kinderboekenweek waren ze vorige week met de Gruffalo bezig geweest. En nu met het volgende griezelige ding: een grote kruisspin. Annemarie en Jacomine legden uit wat het startpunt was geweest voor deze opdracht. En lieten me het voorbeeld van de grote spin die zij met de kleuters hadden bekeken. Hun visie is dat iedere kleuter een beredeneerd aanbod krijgt waardoor het kind zich spelenderwijs, maar wel gericht, kan ontwikkelen. En inderdaad, voor ieder kind dat zich bij hen meldde, kwam een net iets andere aanwijzing om misschien nog even dit of dat te doen.

Zo werd mij al snel duidelijk dat Annemarie en Jacomine een goed zicht hebben op hun groep. En kinderen op maat weten te begeleiden en materiaal aanreiken. Erg mooi om te zien en ook bemoedigend. Het kan dus wel, differentiëren binnen de groep zonder niveaugroepen of andere structuuroplossingen. Spelen en gericht ontwikkelen tegelijk. Zonder identiek getekende spinnen, die via een strak proces allemaal in het gelid aan een touwtje in het lokaal hangen. Daar krijg ik het altijd een beetje benauwd van. Dat iedereen, inclusief leerkracht en kind hard gewerkt heeft, maar er geen ruimte is voor 'anders' of  'eigen'. Niet alleen voer voor een discussie, maar ook voor psychologen - de mijne in dit geval. Maar die kant gaan we in deze blog maar niet uit.

Want wat verder opviel, was dat ook de groep kleuters echt een groep was. Met, hoe jong de deelnemers ook zijn, verantwoordelijkheden. Toen de tijd van het vrij spelen was afgelopen moest er namelijk worden opgeruimd. Dat deden ook alle kleuters. Binnen vijf minuten was het hele lokaal spik en span. Het bracht me terug naar mijn eigen tijd als stagiaire, ooit. Waarbij ik tegen de kinderen zei: we gaan nu aan de slag. En dat ze dat vervolgens ook gewoon deden. En dat ik minstens 5 minuten verbijsterd was dat het zo simpel kon zijn.

Zo ging het hier ook. Ik heb met bewondering zitten kijken. In no-time zaten alle kinderen in de kring en bespraken hoe het spelen en opruimen was gegaan. Ze konden goed verwoorden. Wat er goed ging en wat er beter kon. Het mooiste vond ik dat ze ook zo hun eigen spelregels hadden gemaakt. Als er helemaal volgens de samen gemaakte spelregels was gespeeld en opgeruimd, hadden de kinderen gewonnen. En anders de juf. En verder hadden de kleuters zelf bedacht dat ze dan niet meer dan twee opruimvergissingen mochten maken. Een opruimvergissing? Ja, bijvoorbeeld als je weet dat de deksel op de doos met blokken moet. Maar dat je die er dan per ongeluk naast laat liggen. Dat is een opruimvergissing. 'Logisch', zei ik.

Ik heb het toen ik 's avonds thuis kwam, besproken met mijn pubers. Die wilden er natuurlijk niet meer aan en vonden mij ook veel te idealistisch. Zo ging het echt niet in hun kleuterklas. Maar ik had het toevallig wel zelf zien gebeuren vandaag, dat het wel kon. Dat leverde een mooi gesprek tijdens het eten op. En natuurlijk is ook het proces dat deze kleuters zelf met hun juf over deze werkwijzen hebben doorlopen en bedacht, de eigenlijke kern van de oplossing. Het gaat dus niet om de uitkomst an sich. Het gaat er om dat je voor de onverwachte dingen die er gaandeweg gebeuren, nieuwe woorden en afspraken bedenkt en die met elkaar deelt. Zoals opruimvergissing of kloktijd.

En nee, juf Annemarie en juf Jacomine. Ik kwam dus niet op het verkeerde, maar op een heel goed moment. Twee leerkrachten in de praktijk bezig. Die niet alleen het overzicht en de kalmte bewaren, maar dan ook nog in staat zijn om ieder kind gericht en op maat aandacht te geven. Waar het dan ook maar is in de groep. Petje af! #hiergraagmeervan


maandag 30 oktober 2017

Het stuur uit handen

Hoe kan het toch zover komen dat ik volgende week vrijwillig in een vliegtuig stap, voor mijn werk? Ik hou namelijk echt niet van vliegen, waarbij ik als slap excuus een wispelturig evenwichtsorgaan kan noemen. Maar ik ben natuurlijk ook gewoon een controlefreak die het stuur niet zomaar uit handen geeft. En met deen dag stug doorwerken op je school of kantoor kan ook veel bereikt kan worden, toch? Ook heb ik mijzelf en mijn omgeving de vraag gesteld of we letterlijk zover moeten gaan om nieuwe kennis en kunde te kunnen oogsten. Uiteindelijk is die vraag beargumenteerd beantwoord met 'ja'.
Ja, omdat we nieuwe kennis en kunde nodig hebben voor onze opdracht, die ook niet volledig voor het oprapen ligt in onze directe omgeving. Belangrijk is ook om samen te leren en een een echt beter perspectief op leren en onderwijs geven te ontwikkelen. Maar dan moeten we het echt wel samen gaan doen, met alle betrokkenen bij onderwijs. Daarom kozen we ervoor om met een groep van directeuren, leerkrachten en ondersteuners te gaan. Deze eerste groep heeft als opdracht het pad te effenen. Om een manier van werken te ontwikkelen waardoor deze nieuwe kennis en kunde opgehaald en gedeeld wordt met veel meer mensen dan er op reis gaan. De groep heeft ook als opdracht een studiedag te ontwerpen waar dit actief gebeurt. En het stokje door te geven aan een volgende groep. Niet een wisselbeker, maar een wisselreis.
We hebben gemerkt dat we in de ontwikkeling van kennis en kunde over onderwijs nieuwe stappen moeten zetten. De vragen die we daarbij de komende jaren hebben zijn:
  • Hoe verhogen we de leerwinst (in de brede zin van het woord) van alle kinderen die naar onze scholen gaan?
  • Hoe organiseren we het onderwijs zo, dat leerkrachten en ondersteuners die opdracht ook waar kunnen maken? Met een verhoging van de werklust, in plaats van werkdruk.
  • En hoe richten we onze staforganisatie zo in, dat teams ook dagelijks gesteund worden door goede interne adviseurs die meedenken met de schoolontwikkeling.
Twee weken geleden vond de startbijeenkomst van de eerste groep reizigers plaats. Enthousiaste mensen, die goed konden verwoorden wat ze als leervraag meenemen op hun reis. Vaak kwam naar voren 'inspiratie opdoen, om het onderwijs opnieuw vorm te kunnen geven'. Mooi, daar kunnen we alleen maar voor zijn. De controlefreak in mij wil natuurlijk ook zeker weten dat dit kinderen en leerkrachten ook duurzaam gaat helpen, na de reis. Mijn eigen bestuurlijke leervraag heb ik dus geformuleerd als: hoe maken we ontwikkeling van kinderen duurzaam en zichtbaar als leerwinst op een eigentijdse manier? We willen weten dat we het goed doen, maar daar ook verantwoording over afleggen. Altijd.

Deze overwegingen leiden er toe dat ik ondanks mijn eerste aarzelingen in het vliegtuig zal stappen. Op zoek naar nieuwe wegen. Op weg naar kansengelijkheid ben ik altijd bereid de 'plek der moeite in te gaan'. Dat is sowieso nodig om de pedagogische dimensie in ons werk te herstellen. En zo komen de zoektocht naar een nieuwe pedagogisch-didactische dimensie en het vliegtuig voor mij toch weer bij elkaar. Ik heb voor het belang van de ontwikkeling van kinderen en leerkrachten (bijna) alles over. Zelfs vliegen.


http://nivoz.nl/artikelen/herstel-van-de-pedagogische-dimensie-in-de-ontwikkeling-van-mens-en-wereld/



dinsdag 1 augustus 2017

Spendanalyse? Dit kan toch niet waar zijn?!





Gisteren was niet zo'n fijne dag. Hebben we allemaal wel eens. Bestuurders ook. Ik roep ook altijd dat sommige dingen in het werk gewoon corvee zijn. Net als vroeger met de afwas op de camping, snel en deskundig afhandelen en weer leuke dingen gaan doen. Heb je er het minste last van.

Gisteren had ik een corvee dag. Helemaal niet erg, ik begon er met opgewekt gemoed aan. Gelukkig is wat de een corvee vindt, voor de ander de topklus van de week. Wat mijn corvee is? De jaarverslaglegging van de stichting. Ik wil heel graag dat het klopt, vind het ook essentieel dat alles duidelijk is want het gaat tenslotte om maatschappelijk geld. Maar leuk vind ik het niet en dat gaat ook nooit gebeuren. Ik heb het liever over wat we met dat geld kunnen doen voor kinderen en leerkrachten. Maar dat kan dan weer als de jaarverslaglegging op orde is. Kortom, niet mauwen maar poetsen.

Er zijn namelijk mensen die het gereedmaken van de jaarstukken als een topklus ervaren. De accountant bijvoorbeeld, die met twee man sterk aan het einde van de middag mijn kantoor binnenwandelden. Strak in het pak, maar vermoeid. Want het was erg druk op kantoor door alle controle-protocollen en uitval van mensen. Na wat obligate opmerkingen over de grote foto met kind aan mijn muur (nee, niet mijn kind, wel een artistieke foto gemaakt door een afgestudeerde pabo-student die ook Minerva deed) kwam het hoge woord eruit. De jaarstukken waren nog niet af. En dat is zelfs als je het een topklus vindt, niet waar je blij van wordt.

Ze zagen er ook niet blij uit, deze accountants. Want een van de zaken die niet in orde was, waren vier facturen die niet door de spendanalyse waren gekomen. Spendanalyse? Ja, een analyse van waar de stichting haar geld aan uitgeeft. Dus naast de interne dubbele check op de digitale facturering met crediteurencheck door een derde persoon en het vierogen principe bij de fiattering van de betalingen, gaan we extern nog meer controleren? Ja, klopt. Hoe gaat dat in het werk? Dat betekent dat we random facturen gaan trekken uit de database. En dan vragen we diegene die de factuur geboekt heeft aan te tonen dat de uitgave ook werkelijk heeft plaatsgevonden.

Je denkt misschien, dan check je dat toch even? Nou, er komt bijvoorbeeld een factuur uit de steekproef van een aangeschaft whiteboard. Dan is het dus de bedoeling dat er een foto gemaakt wordt van het whiteboard op de school waarvoor het is aangeschaft. En als bewijslast naar de accountant worden geupload. Bij deze mijn upload, ik heb er vanochtend maar wat tekstuele reflectie aan toegevoegd. Gratis, er is dus geen factuur van deze dienstverlening van mij aan de accountant die in de volgende spendanalyse zou kunnen opduiken.

Mijn verstand stond bij de vasthoudendheid van de accountant over de noodzaak van deze verantwoording even stil. Ik dacht namelijk nog steeds dat de kern van de bestuurlijke verantwoording ging over WAT er op de borden stond. Geven we wel goed onderwijs? Illusie armer. De tweede factuur ging over de inzet van de interim manager financien die uiteraard bij dit gesprek aanwezig was. Verleende deze functionaris wel echt dienstverlening aan de stichting op het gebied van financien? Dit was het moment dat ik eigenlijk een foto wilde maken van het gezelschap aan tafel. Een foto van de interimmer financien naast de accountants tegenover mij. Als bewijs dat er feitelijk dienstverlening plaatsvond. Op mijn kamer, van de stichting. De verdediging van de accountant mbt deze in mijn ogen bizarre onderzoeksvraag was: hieruit blijkt wel dat de spendanalyse ad random gebeurt.

Voor de nadere toelichting over hoe vreselijk het huidige controleprotocol in elkaar zit heb
 ik bedankt. Toen ik hoorde dat het beeld van de accountants is dat het zo erg geworden is, omdat wij als bestuurders landelijk geen tegengas geven heb ik zelfs niet gezegd dat ik dit externe attributie vond. Ik heb wel beloofd dat ik er een blog over zou schrijven. Zonder naam en toenaam, maar om mijn verbijstering weer van me af te kunnen schudden.

Dit kan toch niet waar zijn? Waar zijn we in beland? Volgens mij wordt het tijd voor het toevoegen van een paar nieuwe woorden aan het vocabulaire voor onderwijsbesturen. Zoals 'verantwoordingswaanzin' en 'managementillusie'.

Gelukkig mag ik vandaag weer aan de slag met relevante en inspirerende zaken.